Archive for the ‘Klimaatwetenschap’ Category

Het NIPCC rapport: Laat je niks wijsmaken

June 13, 2009

(English version here)

Het nieuwe NIPCC rapport (2009) is uit, en Nederlands bekendste “skepticus” (en co-auteur) Hans Labohm zwaait er al mee als zijnde de doodsteek voor de anthropogene klimaatverandering (AGW). Het is opgesteld door een reeks oude bekenden uit de “skeptische” wereld, aangevoerd door Fred Singer, en uitgegeven door een conservatieve denktank, het Heartland Instituut. Volgens Labohm wordt er niets heel gelaten van de AGW theorie. Dat is nogal een sterke uitlating, die door een sterke bewijsvoering gestoeld moet worden. Laten we eens kijken…

Waar komt het op neer?
Het rapport (niet te verwarren met het IPCC rapport) ademt een grenzeloos en ongefundeerd vertrouwen in negatieve feedbacks (terugkoppelingsmechanismen) van de natuur. Het bestaan van deze feedbacks is volkomen hypothetisch met vaak conflicterende en soms nauwelijks of geen aanwijzingen dat ze op globale schaal werkzaam zijn. De relatieve onzekerheid van verschillende factoren die bij het klimaat een rol (zouden kunnen) spelen wordt volkomen inconsistent benaderd: Als het afkoeling veroorzaakt, dan is geen onzekerheid te groot (en doet de afwezigheid of zwakte van enige bewijsvoering er niet toe); Als het daarentegen opwarming veroorzaakt, dan is de onzekerheid bij voorbaat te groot (en is geen berg van aanwijzingen hoog genoeg).
Daarnaast passeren een hoop van de veelgehoorde –en al even vaak weerlegde- argumenten de revue. Oud nieuws, en bij lange na niet afdoende om de sterke uitlating zoals door Labohm gedaan te staven. (De Engelse versie geeft een uitgebreidere discussie, met name over feedbacks en aerosols.)

Laten we eens kijken hoe het rapport zich verhoudt tot mijn lijst met tips om het kaf van het koren te scheiden in de informatiejungle:
- Het rapport ziet duidelijk door de bommen het bos niet meer; de context ontbreekt of wordt verdraaid.
- Het is onwaarschijnlijk dat de gangbare klimaatwetenschap er zo ver naast zit als dit rapport beweert; De sterke beschuldiging aan het adres van de gangbare klimaatwetenschap wordt niet door een afdoende sterke bewijsvoering ondersteund; De waarschijnlijkheid van afkoelende effecten (feedbacks) wordt schromelijk overdreven, terwijl opwarmende effecten worden gebagatelliseerd, ontkend, of verzwegen.
- De economische risico’s van emissiereductie worden schromelijk overdreven, terwijl de risico’s van ongelimiteerde klimaatverandering gebagatelliseerd worden.
- Het geeft een verkapte argumentatie voor de consensuspositie in het algemeen (namelijk door de belangrijkheid van een “second opinion” te onderstrepen), maar verdraait dat dan in de door hun bevoorrechte richting.
- De beschrijving van het IPCC proces heeft de zweem van een complottheorie en is vol stropop argumenten.
- Een deel van de auteurs heeft (of had) relevante expertise; een deel ook niet. In de lijst met ondertekenaars aan het eind van het rapport is relevante expertise dun gezaaid.
- Het Heartland Instituut is een conservatieve denktank met een afkeer van overheidsingrijpen, en geen betrouwbare bron van wetenschappelijke informatie.
- Tijdsschalen worden –voor zover ik heb gezien- niet incorrect gehanteerd. Bijna verbazingwekkend, gezien het feit dat Labohm continue weer en klimaat door elkaar haalt op diverse fora.
- Interne consistentie ontbreekt, bijvoorbeeld wat betreft de mate van onzekerheid en de gevolgen van een overschatting van de aerosolkoeling (die juist op een hogere klimaatgevoeligheid duidt).
- Sommige redeneringen kloppen logisch gezien niet. Zo wil het feit dat het klimaat in het verre verleden ook aan verandering onderhevig was helemaal niet zeggen dat menselijke activiteit er nu ook niets mee van doen heeft. Een pyromaan kan zichzelf ook niet zomaar vrij pleiten door te wijzen op het feit dat bosbranden altijd al van nature hebben plaatsgevonden.

Le Pair herzien

May 19, 2009

(Voor een compleet antwoord op zijn uitspraken, lees ook “reactie op Le Pair“.)

In een herziene versie op zijn website drukt Le Pair zich iets subtieler uit dan voorheen. Zo geeft uit hij nu toe dat meer CO2 wel degelijk tot meer opwarming leidt (wat hij ontkende in zijn recensie). Wel onderschat hij de opwarming sterk, en meet hij de onzekerheden groot uit. Net zoals vele anderen vergeet hij gemakshalve dat onzekerheden twee kanten op gaan. Onzekerheid in eventueel grote risico’s zou juist tot grotere voorzichtigheid moeten leiden, niet tot meer roekeloos gedrag. Als het zicht slecht is ga je toch ook langzamer rijden?

Een paar details:

- Hij lijkt een verdubbeling van de CO2 concentratie niet waarschijnlijk te achten, terwijl we daar toch duidelijk op af stevenen. Alle zeilen zullen moeten worden bijgezet om dat te voorkomen.

- De directe invloed van CO2 bij een verdubbeling van de concentratie is ongeveer 1 graad opwarming, maar die opwarming zorgt ervoor dat er ook meer waterdamp in de atmosfeer blijft. Er zijn nog vele ander terugkoppelingsmechanismen, en het netto effect (van een CO2 verdubbeling) is een opwarming rond de 3 (+/- 1) graden. Dat is waarschijnlijk genoeg om op lange termijn een groot deel van de poolkappen te doen smelten, en de zeespiegel evenredig te laten toenemen.

- De opwarming (en daarmee gepaard gaande zeespiegelstijging) die het einde van de laatste ijstijd inluidde is al zo’n 10 000 jaar geleden gestopt (en is dus niet “al 20 000 jaar aan de gang”). De huidige opwarming heeft daar helemaal niets mee te maken, en de huidige zeespiegelstijging ook niet. De zeespiegel is de laatste 100 jaar sneller gestegen dan de afgelopen duizenden jaren, maar minder snel dan aan het einde van de laatste ijstijd van 20 000 tot 10 000 jaar geleden). Het blijft moeilijk, die verschillende tijdschalen.

- Le Pair noemt het “veelzeggend, dat het IPCC keer op keer de gebruikte modellen heeft verfijnd.” Ik ben blij ook, dat is een teken dat de wetenschap vooruit blijft gaan. Het is nochtans veelzeggend dat het IPCC keer op keer tot meer zekerheid komt wat betreft de menselijke invloed op de huidige klimaatverandering.

- De positieve terugkoppeling van CO2 op de temperatuur droeg sterk bij aan het beeindigen van de ijstijden (voor een x aantal duizenden jaren). Zonder noemenswaardig opwarmend effect van CO2 kun je de amplitude van de temperatuursverandering  tijdens ijstijden niet verklaren.

- In het kader van het IPCC proces maken wetenschappers een samenvatting van de wetenschappelijke literatuur. Minderheids theorieën, waar Le Pair c.s. zijn hoop op heeft gevestigd, worden wel degelijk besproken, maar naast de theorieën waar veel meer bewijs voor bestaat, en die dus meer gewicht krijgen. Dat is nu eenmaal de manier waarop wetenschap bedreven wordt. En dat is maar goed ook.

Laat mij eindigen met wat ik ook in een email aan Kees Le Pair heb geschreven:

Het meningsverschil lijkt inderdaad meer genuanceerd te zijn na deze uitwisseling van gedachten. Het gaat vooral om het anders inschatten van verscheidende risico’s op klimaat en op economisch gebied. U lijkt meer zekerheid te willen omtrent de noodzakelijkheid van maatregelen alvorens meer geld uit te geven. Ik wil meer zekerheid omtrent de langdurige veiligheid en duurzaamheid alvorens meer broeikasgassen uit te stoten. Maar in ieder geval lijkt het mij zaak om ons vooral te baseren op het geheel van de huidige wetenschappelijke inzichten, en niet alleen die conclusies ter harte te nemen die tot een vooraf bepaald standpunt leiden.

Reactie op Le Pair

April 27, 2009

Kees le Pair heeft op zijn website gereageerd op mijn korte reactie in het Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde. Helaas blijft hij steken in allang ontkrachte argumenten, die in de wetenschappelijke discussie al even lang niet meer meedoen. Wetenschap gaat door, op zoek naar nieuwe onzekerheden (die er nog volop zijn, natuurlijk, maar dan in de details; niet in de vraag of de mensheid verantwoordelijk is voor de extra CO2 in de lucht, of dat meer CO2 tot opwarming zal leiden. Dat weten we intussen wel.) De bijdragen van le Pair en mijzelf zullen ook gereproduceerd worden op de extreem “skeptische” webite klimatosoof. Wordt vervolgd…

 

Verzadiging van CO2 absorptie

De (zelfvernoemde) bron van de grafiek die le Pair aanvoert, Hans Erren (eveneens een klimaat-“skepticus”), spreekt hem tegen in dit opzicht: Het CO2 gordijn breidt zich zijwaarts uit. Bovendien leidt een toenemende mate van verzadiging van CO2 aan het aardoppervlak ertoe dat de infrarood straling vanaf grotere hoogte naar het heelal wordt uitgestraald. Aangezien de temperatuur op grotere hoogte kouder is, verlaat daarmee minder energie het aardsysteem, en dus warmt de planeet op.

 

Venus

Venus heeft een dikke atmosfeer van bijna puur CO2. Vanwege verzadiging van de CO2 absorptiebanden aan het oppervlak vindt uitstraling naar het heelal plaats op grote hoogte, waar het veel kouder is dan aan het oppervlak. Bij die lage temperatuur kan via uitstraling maar weinig energie ontsnappen, en daarom wordt het oppervlak zo warm: Gemiddeld 467 graden Celsius.

 

Dit is een stuk warmer dan op basis van de kortere afstand tot de zon verklaard kan worden. Mercurius (nog dichter bij de zon) heeft nagenoeg geen atmosfeer, en is daarom een stuk koeler dan Venus (167 graden Celsius). Hier is een aardig schoolproject over het temperatuurverschil op deze drie planeten. Kortom, “Venus is het mooie voorbeeld dat de concentratie CO2 in principe een heel eind kan toenemen voordat je echt tegen natuurkundige limieten aanloopt.”

 

In één ding heeft Le Pair gelijk: Fysische wetten zijn overal in het heelal hetzelfde.

 

Bijdrage van de mens aan CO2 toename

Hier haalt Le Pair twee dingen door elkaar: De emissie van CO2 door menselijke activiteit mag dan misschien klein zijn in vergelijking met de natuurlijke emissies, maar zij is wel degelijk verantwoordelijk voor de toename van de hoeveelheid CO2 in the atmosfeer. Ook hier wordt le Pair terecht door mede-“skepticus” Hans Erren terug gefloten.

 

De natuurlijke emissie en opname van CO2 door de biosfeer zijn normaalgesproken namelijk met elkaar in evenwicht (over tijdschalen langer dan een paar jaar). De extra emissies door menselijke activiteit hebben dit evenwicht verstoord en geleid tot een gestage stijging van de concentratie. Sterker nog, de natuur heeft als buffer gediend, door een deel van de door ons uitgestoten CO2 op te nemen (in de oceaan en in de biosfeer). Dit is door metingen duidelijk aangetoond.  

carboncycle_rev3d 

Figuur 1. Natuurlijke hoeveelheden (pre-industrieel) in het zwart; antropogene hoeveelheden in het rood.

 

Bovendien is de isotopische samenstelling van fossiele koolstof anders dan die van huidige biologische oorsprong. Hierdoor kan duidelijk worden aangetoond dat de toename van de CO2 concentratie in de atmosfeer voor een groot deel van fossiele oorsprong is: verbranding van kolen, aardolie en aardgas. 

 

Zeespiegelstijging

Le Pair haalt hier verschillende tijdsschalen door elkaar. De zeespiegel is versneld aan het stijgen sinds ongeveer 1900, na niet noemenswaardig veranderd te zijn in de paar duizend jaar daarvoor. Le Pair merkt correct op dat nog langer geleden de zeespiegel wel degelijk perioden van grote verandering kende: Tegen het einde van de laatste ijstijd steeg de zeespiegel over een periode van ongeveer 12.000 jaar met meer dan 100 meter.

 

post-glacial_sea_level 

recent_sea_level_rise

Figuur 2: Zeespiegelstijging over beide tijdsschalen. Sinds de industriële revolutie is de zeespiegel versneld gestegen in vergelijking met de paar duizend jaar daarvoor.

 

Blijkbaar is de zeespiegel over lange tijdsschalen erg gevoelig voor de gemiddelde temperatuur op aarde. Zo was 125.000 jaar geleden de zeespiegel gemiddeld ongeveer 6 meter hoger dan nu, terwijl de gemiddelde temperatuur maar één of twee graden hoger was. Niet echt geruststellend.

 

IPCC

In zijn karakterisering van het IPCC klimaatpanel heeft Le Pair het blijkbaar over het handjevol mensen dat nodig is om de organisatie draaiende te houden. Maar het eigenlijke IPCC proces is veel belangrijker uit wetenschappelijk oogpunt: Daar dragen duizenden wetenschappers uit de hele wereld op vrijwillige basis aan bij. Ze zijn geen IPCC werknemer, maar dragen als wetenschapper bij aan het proces, namelijk het maken van een samenvatting en synthese van de relevante, recente onderzoeksresultaten. De IPCC rapporten zijn een afspiegeling van de huidige wetenschappelijke inzichten op het gebied van klimaatverandering. Je moet met betere argumenten komen om die cumulatief opgedane kennis zomaar eventjes terzijde te schuiven.

 

Update: Wordt vervolgd hier.

Reactie in het Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde

April 18, 2009

De volgende reactie is verschenen in het april nummer van het Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde (NTvN; zie de pdf hier). Wordt vervolgd…

 

Kees le Pair eindigt zijn boekbespre­king van Jo Hermans Energie survival gids in NTvN 75-03 met een aantal boude uitspraken over klimaatver­andering. Zo zou volgens hem meer CO2 niet tot meer opwarming leiden, omdat het “CO2 gordijn al zo goed als dicht is”. Echter, de absorptiespectra van CO2 zijn helemaal niet verzadigd. En al zouden die in de lagere atmos­feer verzadigd zijn, dan zou meer CO2 in de hogere luchtlagen nog steeds leiden tot meer opwarming. Venus kan wellicht als voorbeeld dienen.

 

De zeespiegel stijgt nu met ongeveer 3 mm per jaar, ongeveer een factor 10 sneller dan in de afgelopen duizenden jaren. Ook daar slaat Le Pair de plank mis. Hij verwijt Hermans wat te ge­makkelijk op de koers van het IPCC te varen. Dat klinkt als een raar verwijt; per slot van rekening geven de IPCC rapporten een rigoreuze samenvat­ting van de wetenschappelijke kennis op het gebied van klimaatverande­ring. Le Pair gebruikt blijkbaar liever argumenten die al decennia geleden ontkracht zijn. Dubieus, maar het ver­klaart wellicht waarom hij geen heil ziet in zonne- en windenergie, zoals uit het eerste deel van zijn recensie blijkt. Als je het probleem ontkent, is de voorgestelde oplossing natuurlijk bij voorbaat onzinnig.

Omslagpunten in het klimaat: Smeltend ijs

December 7, 2008

(English version here)

James Hansen heeft het veelvuldig over ‘tipping points’ of omslagpunten. Het is geen strak gedefinieerde term, maar bij een omslagpunt zorgt een relatief kleine verandering voor een relatief groot gevolg, en kan het klimaat in een andere evenwichtssituatie terecht komen, met alle problemen van dien. (Vergelijk het met het begrip ‘metastabiel’ uit de natuurkunde, met het klassieke voorbeeld van een bal die op een heuvel ligt en slechts een klein zetje nodig heeft om in het dal –de nieuwe evenwichtssituatie– te komen.)

IJs-albedo terugkoppeling

De voor mij meest in het oog springende ‘tipping points’ hebben te maken met het afsmelten van ijs en zeespiegelstijging. IJs reflecteert een veel groter deel van het inkomend zonlicht (het heeft een hogere albedo) dan land of water. Als ijs smelt en het daaronder liggende land of water aan het zonlicht komt bloot te staan, wordt dus meer zonlicht geabsorbeerd dan daarvoor het geval was. Dit zorgt voor extra opwarming, wat leidt tot het smelten van nog meer ijs, en de cirkel is rond.

 

Smeltend zeeijs

De hoeveelheid zee-ijs in het Noordpoolgebied aan het eind van de zomer is drastisch afgenomen over de laatste 30 jaar. De laatste twee zomers lieten nog veel minder ijs zien dan verwacht kon worden op basis van de gestaag dalende trend. Het is te vroeg om zeker te weten dat dit een teken is van een trendbreuk (oftewel het passeren van een ‘tipping point’), of dat het een natuurlijke schommeling onder de langjarige trend betreft. Smeltend zee-ijs heeft geen direct gevolg voor de zeespiegel, en als we de opwarming licht weten terug te draaien, zal het zee-ijs weer in z’n normale staat terugkeren, is de verwachting. Het is dus een omkeerbaar ‘tipping point’.

 

nsidc-arctic-sea-ice-september-extent-1979-2008

Figuur: Afname van het Arctische ijsoppervlak over de laatste 30 jaar. Data zijn voor september, wanneer het ijsoppervlak op haar minimum is. Bron: NSIDC 

 

Smeltend landijs

Het eventueel afsmelten van een grote massa landijs daarentegen, zoals dat op Groenland, heeft wel zeespiegelstijging tot gevolg, en is op menselijke tijdschalen praktisch onomkeerbaar. Het afsmelten van Groenland zou tot gemiddeld 6 meter zeespiegelstijging leiden. West-Antarctica is ook goed voor zo’n 7 meter, terwijl de rest van Antarctica er nog eens dik 50 meter bovenop doet. Maar dan moeten we het wel heel bont maken.

 

Op Antarctica zijn vooralsnog geen grote veranderingen gaande, en op sommige plekken neemt de ijsmassa zelfs licht toe, door een toename van de sneeuwval. Dat is trouwens een voorspeld gevolg van lichte opwarming, omdat het tot meer waterdamp in de lucht leidt. Bij voortschrijdende opwarming gaat op een gegeven moment het afsmelten echter de overhand krijgen. De Groenlandse ijskap is al langzaam aan het krimpen door toenemend smelten in kustgebieden, hoewel ook daar in het binnenland de ijsdikte toeneemt. De invloed van grote massa’s landijs op de huidige zeespiegelstijging (3 mm/jaar) is vooralsnog gering; het wordt voornamelijk veroorzaakt door uitzettend zeewater als direct gevolg van de opwarming.

 

Zeespiegelstijging

Volgens Hansen zal de uiteindelijke zeespiegelstijging als gevolg van de huidige CO2 concentratie meerdere meters bedragen. (“Equilibrium sea level rise for today’s 385 ppm CO2 is at least several meters, judging from paleoclimate history.”) Dat is voornamelijk gebaseerd op het feit dat tijdens het vorige interglaciaal, 125.000 jaar geleden, de zeespiegel zo’n 6 meter hoger was dan nu, terwijl de gemiddelde temperatuur ongeveer een graad hoger was. Zelfs bij een ongewijzigde CO2 concentratie staat ons nog circa 0.5 graad opwarming te wachten, voornamelijk vanwege de vertraagde respons van de oceanen. Dan komen we dus gevaarlijk dicht bij het globale klimaat zoals dat 125.00 jaar geleden heerste.

 

Het is nog maar de vraag of het verband tussen temperatuur en zeespiegel lineair is. Over ‘korte’ tijdsschalen is dat wellicht het geval wat betreft de bijdrage van thermische uitzetting van zeewater. Verschillende evenwichtssituaties uit het verre verleden laten ook een sterk verband zien over langere tijdsschalen, vooral beïnvloed door de hoeveelheid landijs. Het hele idee van ‘tipping points’ is natuurlijk dat veranderingen stapsgewijs plaatsvinden, met horten en stoten.

 

sealevel_vs_temp_paleo

Figuur: Relatie tussen zeespiegel (ten opzichte van de huidige waarde) en globaal gemiddelde temperatuur voor verschillende tijdvakken uit het verleden. LGM staat voor Last Glacial Maximum, het hoogtepunt van de laatste ijstijd. Eemian is het vorige interglaciaal. YBP staat voor years before present. Getallen komen uit verscheidene bronnen.

 

Het is ook nog maar de vraag of de evenwichtssituaties uit het verleden zomaar te vertalen zijn naar de huidige situatie. Het smelten van het poolijs is vooral afhankelijk van de regionale temperatuur, en die hoeft niet persé in de pas te lopen met de globale temperatuur. We weten relatief nog maar heel weinig van dynamische processen in de grote ijsmassa’s. Maar blijkbaar zijn grote veranderingen in de zeespiegel mogelijk als de temperatuur maar lang genoeg boven (of onder) een bepaalde waarde blijft. De voorbeelden uit het verleden geven in ieder geval een handvat over wat voor orde grootte zeespiegelstijging we uiteindelijk kunnen verwachten bij een gegeven temperatuurstijging. De snelheid van zeespiegelstijging is nog meer onzeker dan de grootte ervan; de meeste wetenschappelijke literatuur concludeert dat de zeespiegelstijging niet sterker zal zijn dan 1 of hooguit 2 meter in 2100 (maar de stijging blijft daarna natuurlijk gezellig doorgaan). Dat is zowiezo al fors, en de onzekerheid is niet bepaald een bron van geruststelling. De voorbeelden uit het verleden zijn dat al helemaal niet.

James Hansen in Rotterdam

December 4, 2008

 

James Hansen was één van de sprekers op de klimaatconferentie in Rotterdam van 27 november. Ik kon er jammergenoeg niet bij zijn, maar zijn presentatie is gelukkig op internet te zien (video en slideshow). Hansen, directeur van het Amerikaanse onderzoeksinstituut NASA-GISS, is één van de meest toonaangevende klimaatwetenschappers, die er niet voor terugdeinst om politiek gevoelige uitspraken te doen. In een interview met NRC (NRC-pdf) zei hij: “Ik stap uit de rol van de traditionele wetenschapper, door een paar logische conclusies te trekken uit de wetenschap. Ik ben bang dat we geen tijd hebben om te wachten tot deze conclusies empirisch zijn bewezen. Straks is het te laat.” Hij is duidelijk bezorgd over het lot van de (huidige en toekomstige) aardbewoners. Maar hij stoelt zijn mening wel degelijk op breed gedragen wetenschappelijke inzichten, en zijn mening kan dus niet zomaar terzijde worden geschoven als zijnde doemdenken of ‘alarmisme’ (zoals –weinig verrassend– overvloedig wordt gedaan op internet). Een interview met Hansen valt ook te lezen in de Volkskrant.

 

Wetenschappelijke inzichten

De wetenschappelijke inzichten over klimaatverandering (en de rol van broeikasgassen daarin) stoelen volgens Hansen op drie hoofdlijnen:

-          Klimaatveranderingen in het (verre) verleden (paleoklimaat)

-          Observaties van huidige klimaatveranderingen

-          Klimaatmodellering

Hierbij deelt hij modellering vooral een ondersteunende rol toe in het interpreteren (en extrapoleren) van de geobserveerde relaties uit het heden en verleden; de basiskennis komt voort uit de eerste twee gebieden.

 

Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat in het verleden broeikasgassen ook een belangrijke rol speelden bij klimaatveranderingen. Hetzij als versterkende factor (positieve feedback, bv in de cyclus van de ijstijden van de afgelopen miljoen jaar), hetzij als initiator (bv in de langzame opwarming vanaf 65 miljoen jaar geleden).

 

Gevaarlijke verstoring van het klimaat

Wat is gevaarlijk? Hansen voert daarvoor drie criteria aan:

-       Massale uitsterving van dieren- en plantensoorten

-       Ontdooien van grote ijsmassa’s (Groenland en Antarctica) en daaruit voortvloeiende zeespiegelstijging

-       Regionale veranderingen in klimaat (bv extreem weer) en watervoorziening (door verdwijning van gletsjers)

Over het eerste criterium valt volgens sommigen wellicht te twisten (al heeft destabilisatie van ecosystemen potentieel verstrekkende gevolgen), maar over de laatste twee zal iedereen het in principe wel eens zijn.

 

Op basis van die criteria argumenteert Hansen dat de concentratie CO2 in de atmosfeer terugmoet van de huidige 385 ppm naar beneden de 350 ppm. Anders riskeren we het voorbij gaan van zogenaamde ‘tipping points’ (omslagpunten). Bij een ‘tipping point’ zorgt een relatief kleine verandering voor een relatief groot gevolg, en kan het klimaat in een andere evenwichtssituatie terecht komen. Dat nieuwe klimaat hoeft niet perse ‘slecht’ te zijn, maar het is niet het klimaat waar de huidige maatschappij aan is aangepast. En daarom kan het wel problemen opleveren (bv als gevolg van zeespiegelstijging).

 

Potentiele oplossingen

Het grootste probleem volgens Hansen is de grote hoeveelheid winbare kolen. Die is zo groot, dat verbranding van alle voorraden tot ongekende klimaatverandering zou leiden. Daarom moet volgens Hansen alle resterende kolen in de grond blijven, of de resulterende CO2 moet opgevangen en opgeslagen worden (CCS, carbon capture and storage). Dit vooral omdat de gangbare olievoorraden hoe dan ook opgebruikt zullen worden. Hij ziet ook een potentiele rol voor (nog te ontwikkelen) ‘vierde generatie kernenergie’, waarbij nauwelijks kernafval ontstaat. (De Telegraaf pikte dit uit als het voornaamste onderwerp van hun rapportage.) Natuurlijk behoren hernieuwbare energiebronnen tot de benodigde mix. Tot slot ziet hij meer heil in een carbon-tax (met 100% dividend) dan in een cap and trade system. Volgens hem is het stellen van targets, zonder daarbij vast te stellen hoe die bereikt dienen te worden, zinloos. Deze laatste zaken vallen natuurlijk onder het kopje ‘personal opinion’, en als zodanig brengt hij het ook.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 124 other followers