Archive for the ‘Beleid’ Category

Tijd voor de politiek om wetenschap serieuzer te nemen

June 7, 2010

Deze post is ook als column verschenen in Milieufocus.

De politieke besluitvorming over klimaatverandering loopt tientallen jaren achter op de wetenschappelijke kennis. In feite weten we al decennia lang wat er aan de hand is (natuurlijk met een langzaam toenemende mate van zekerheid en detail), maar heeft de politiek nog nauwelijks stappen gezet om emissies serieus te reduceren. Het is hoog tijd dat de politiek de korte termijn focus omzet in lange termijn strategie en veranderingen.

Het volgende citaat geeft de wetenschappelijke kennis over klimaatverandering kort en bondig weer:

“Diverse studies wijzen op een consensus dat menselijke verbranding van fossiele brandstoffen en verandering in landgebruik zal resulteren in klimaatverandering”

Dit is een citaat uit een rapport van de Amerikaanse Nationale Academie van Wetenschappen uit 1979. Inderdaad, negentien-negen-en-zeventig; U leest het goed.

Ander voorbeeld:

“Klimaatverandering wordt in gang gezet door de verhoogde concentratie aan kooldioxide in de atmosfeer, hoofdzakelijk door het verbranden van fossiele brandstoffen”

Dit is een citaat uit een wetenschappelijk artikel van Callendar uit 1938. Ik zal U niet vermoeien met nog meer voorbeelden, waarbij teruggegaan kan worden tot de 19de eeuw. Feit is dat klimaatverandering een fenomeen is dat al heel lang wordt bestudeerd, waarvan de grote lijnen bekend zijn, en waarover de wetenschap al enige decennia lang haar zorg uitgesproken heeft.

‘Global warming’ is een uitgekomen voorspelling.

In 1979 moest de meest recente sterke opwarming nog beginnen. Hoe konden ze toen al weten wat er zou staan te gebeuren? Het was een voorspelling, die (jammer genoeg) is uitgekomen. Een voorspelling gebaseerd op basale natuurkunde en kennis van klimaatveranderingen in het verleden.

Het is nu 2010 en er is nog niet veel gebeurd om de gestaag groeiende problemen binnen de perken te houden. De politiek loopt decennia achter bij de wetenschappelijke kennis, die ons al jarenlang waarschuwt voor wat ons te wachten staat.

We gedragen ons collectief als een verstokte roker die de waarschuwingen van de doktor in de wind slaat. Hoe lang dat goed blijft gaan en wat er staat te gebeuren, weet niemand precies. Ook de dokter niet. Maar dat het risico gestaag toeneemt is wel duidelijk. Blijkbaar zijn we als mensen maar slecht in staat om risico’s, die pas op lange termijn op gaan spelen, serieus te nemen en daar ook maatregelen tegen te nemen.

Het is natuurlijk ook niet eenvoudig om je los te trekken van de problemen die binnen een beperkte regeerperiode spelen, laat staan dat het eenvoudig is om op globale schaal tot afspraken te komen! De economische crisis, politieke spanningen, criminaliteit, voedselprijzen, etc., het zijn problemen van nu en morgen en vergen aandacht en slagvaardigheid. De lange termijn risico’s worden dan minder ervaren.

Onzekerheid + Traagheid = Gevaar

Echter, uitstel gaat met grote risico’s gepaard:

- Het kost tijd om het energie systeem (de belangrijkste bron van broeikasgassen) aan te passen;

- Het kost tijd voordat een eventuele emissiereductie ook tot een substantiële verlaging van de concentratie leidt;

- Het kost tijd voordat het klimaat op een verandering in de concentratie reageert.

Het energiesysteem, de koolstofkringloop en het klimaatsysteem hebben een grote traagheid in zich. Dus is het zaak op tijd te beginnen met maatregelen. Je kunt niet eeuwig blijven zeggen: “Morgen gaan we sparen”.

Onzekerheid over de precieze gevolgen (zal de zeespiegel in 2100 één of twee meter hoger zijn dan nu?) is geen reden tot uitstel; integendeel. Een doktersadvies (inherent onzeker) sla je ook niet zomaar in de wind, en in een sneeuwstorm ga je ook langzamer rijden.

Wanneer gaat de politiek dit vraagstuk serieus oppakken?


Zie ook het CPB/PBL rapport over de effecten van de verschillende verkiezingsprogramma’s op economie en milieu (tabel 2.1 op pagina 19 geeft een overzicht). De door hen uitgerekende reductie van broeikasgassen ziet er als volgt uit (presentatie p 19):

Update: English commentary by Jules.

Vergroening van het belastingstelsel in zicht?

June 5, 2010

Eindelijk eens goed nieuws:

De Europese Commissie werkt aan een voorstel waarbij de belasting op energie gaat variëren naar CO2-uitstoot.

De cynicus in mij zegt “eerst zien, dan geloven”.

Het is zonneklaar dat voor een effectief klimaatbeleid de kosten van CO2 uitstoot een prijs moet krijgen (prijsprikkels werken beter en zijn i.h.a. meer acceptabel dan ge- en verboden). Daar komt nog bij dat wij de vruchten plukken van de activiteiten die CO2 uitstoten, maar de rekening doorschuiven naar de toekomst. Er zit iets asociaals in het principe van ‘buy now, let someone else pay later’.

Let wel:

“Het doel is niet om de belastingen te verhogen”, zei de Commissiewoordvoerster eerder tegen persbureau Reuters. “We willen ze herstructureren op een manier die consumenten kunnen begrijpen en beheren. Consumenten kunnen dan hun bedrag aan belasting verminderen door hun gedrag te veranderen en energie te besparen.”

Om dan gelijk een aantal uitzonderingen (zware industrie) te noemen. Kan niet alles tegelijk willen natuurlijk.

Wat mij betreft is een budgetneutrale CO2 belasting inderdaad het beste, eventueel gecombineerd met een verschuiving in de belastingen van arbeid naar grondstoffen en CO2. Als iets kapot is, maar goed te repareren valt, is het vaak goedkoper om een nieuwe te kopen dan om het te laten repareren, vanwege de hoge arbeidskosten in het Westen. Dat vind ik niet logisch.

Ik schreef al eerder over emissiehandel en CO2 belasting, naar aanleiding van een stukje over de econoom Michael Grubb.

Het ironische aan die discussie is dat in Westerse landen de aversie tegen een CO2 belasting groot is, terwijl in opkomende economieën zoals China en India een CO2 plafond (de “cap” van cap and trade) niet makkelijk geaccepteerd zal worden.

Onlangs werd weer duidelijk dat het emissiehandel systeem veel mazen heeft die misbruikt kunnen worden. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat die niet gedicht kunnen worden. Toch zie ik meer in een eenvoudige CO2 belasting, al geef ik onmiddellijk toe dat ik niet gehinderd word door veel economische kennis in deze.

Kopenhagen fiasco

December 19, 2009

Er is geen bindend akkoord. Het is een soort convenant geworden. Zelfs als alle beloften uitgevoerd zouden worden, zal de aarde waarschijnlijk nog steeds meer dan 2 graden opwarmen. Hoe de toekomst hierover zal oordelen laat zich raden.

Op de ECN website zijn er de laatste dagen dagelijks nieuwe berichten uit Kopenhagen te lezen geweest van medewerkers die ter plekke aanwezig zijn/waren. Daar komen vast nog wel wat naschriften te staan.

Update: Zie hier een goede analyse van de Copenhagen onderhandelingen (hoe komt het dat het is mislukt, en hoe zou het wel kunnen?) van Heleen de Coninck (ECN), verschenen als opiniestuk in NRC, 21 dec.

Emissiehandel volgens Grubb

November 16, 2009

De Britse econoom Michael Grubb over de Europese emissiehandel (NRC 9 november; mijn nadruk):

Overheden zijn veel te coulant naar de bedrijven die eraan meedoen. Ze mogen te veel CO2 uitstoten. De prikkel om over te stappen op groene technologieën is te gering. Een aanscherping van de Europese CO2-doelstelling zou dat kunnen corrigeren. Of het zover komt?”

,,Onderzoek laat zien dat de industrie de kosten van milieu-aanpassingen voortdurend te hoog inschat. We hebben onder meer gekeken naar de overstap van loodhoudende op loodvrije benzine. De kosten daarvan bleken uiteindelijk drie keer zo laag als verwacht. Dat beeld zien we steeds. Bedrijven vrezen maatregelen en proberen via intensieve lobby’s te worden ontzien. Brussel moet door die angst heen breken. De vraag is: hoe hard durft de Europese Commissie te zijn? Het handelsysteem is weliswaar verder aangescherpt voor de periode na 2012, maar nog te weinig. Het is nu te zwak om het klimaatprobleem echt aan te pakken.”

De kosten van milieumaatregelen worden vaak te hoog ingeschat door de industrie. Als dat inderdaad zo is, is dat een interessant gegeven in verband met de vaak gehoorde claim dat iets doen aan het klimaatprobleem ‘slecht is voor de economie’. Nou is dat zowiezo een rare claim als je de kosten van emissiereductie vergelijkt met die van andere kostenposten. De claim dat de hele economie zal instorten als we CO2 emissies zouden reduceren is nogal alarmistisch natuurlijk. Raar eigenlijk, dat diegenen die dit het hardste roepen juist ook degenen zijn die anderen van alarmisme beschuldigen.

Anderen beschuldigen waar je zelf bij uitstek schuldig aan bent lijkt in de mode. Wilders is een echte trendsetter in dat opzicht.

Hetzelfde interview met Grubb wordt ook besproken door Paul Luttikhuis in het NRC klimaatblog. Zie voor een aantal ‘expert opinies’ over de voors en tegens van emissiehandel versus een CO2-belasting hier.

James Hansen (een vooraanstaand klimatoloog) is een fervent tegenstander van emissiehandel, en voorstander van een CO2 belasting (bijv hier). Zijn argumenten klinken heel logisch: Emissiehandel leent zich te goed voor misbruik en onder-de-tafel onderhandelingen. Wallstreet zou er wel bij varen, maar het klimaat schiet er niet veel mee op, beweert hij. Let wel, Hansen is geen econoom (en ik ook niet).

Een carbon tax darentegen is in principe simpeler, en als het bij de bron wordt geheven, valt er niets te ontduiken of tegen te lobby-en. Het probleem, zoals Grubb ook aangeeft, is dat die lange tijd is geprobeerd, maar op teveel tegenstand stukliep. Wellicht van dezelfde groepen die bij emissiehandel veel meer mazen tussen de regels zien waar ze tussendoor kunnen glippen. Ironisch genoeg is dat precies de reden waarom een directe CO2 belasting juist de voorkeur verdient.

Bjorn Lomborg: “Morgen gaan we sparen”

September 8, 2009

(English version here)

Bjorn Lomborg pleit er in het NRC van 25 augustus voor om de CO2 uitstoot niet nu te verminderen, maar pas in de toekomst. Zijn redenering doet me denken aan de spreuk “morgen gaan we sparen”, die in veel huishoudens aan de muur hangt. Wat een mooi voornemen, elke dag weer!

Het probleem met CO2 is enerzijds dat een groot deel ervan honderden jaren in de atmosfeer verblijft, en anderzijds dat het klimaat traag reageert op veranderingen in de broeikasgasconcentratie. Deze combinatie zorgt ervoor dat ongebreidelde uitstoot van meer CO2 tot grote risico’s leidt voor het toekomstige klimaat. In Lomborg’s analyse wordt dit stelselmatig over het hoofd gezien.

Als grote veranderingen, zoals het smelten van grote massa’s landijs, eenmaal in gang zijn gezet door toedoen van een te hoge concentratie aan broeikasgassen, zijn ze niet zomaar omkeerbaar. Het uitstellen (afstellen…?) van emissiereductie gaat met grote risico’s gepaard voor de toekomst. Ook de kosten van uitstel van maatregelen zijn hoger dan die van het nemen van maatregelen nu; dat is de conclusie van bijvoorbeeld McKinsey (zie hier en hier), het Stern review, en de International Energy Agency (zie onder). Voor ongeveer 1% van het globale BNP kunnen we ernstige klimaatverandering voorkomen, is de bottom line (zie onder). De kosten van ongelimiteerde klimaatverandering pakken waarschijnlijk veel hoger uit.

Risico’s die pas in de verre toekomst plaatsvinden worden vaak onderschat, en men getroost zich meestal niet veel moeite om die risico’s te beperken. Neem roken: Stoppen met die ‘fijne’ gewoonte is voor velen blijkbaar een te grote prijs om toekomstige gezondheidsrisico’s te beperken. Daarnaast is het verslavend natuurlijk. Net als ons hoge energieverbruik blijkbaar. In tegenstelling tot roken wordt het actief beperken van klimaatrisico’s ook nog gecompliceerd door de zogenaamde ‘tragedy of the commons’, waar Lomborg dankbaar misbruik van maakt in zijn argumentatie.

Laten we inderdaad naar oplossingen zoeken die de klimaatverandering binnen de perken –en buiten de dijken- zal houden. Een voorwaarde daarvoor is natuurlijk dat we ons baseren op wetenschappelijke inzichten over het klimaatsysteem. Lomborg ziet dat blijkbaar anders.

Enkele kostenschattingen:

IEA: The investment required to prevent dangerous climate change is “an average of some 1.1% of global GDP each year from now until 2050. This expenditure reflects a re-direction of economic activity and employment, and not necessarily a reduction of GDP.” In fact, this investment partly pays for itself in reduced energy costs alone (not even counting the pollution reduction benefits)! (via Joe Romm)

Stern: “Using the results from formal economic models, the Review estimates that if we don’t act, the overall costs and risks of climate change will be equivalent to losing at least 5% of global GDP each year, now and forever. If a wider range of risks and impacts is taken into account, the estimates of damage could rise to 20% of GDP or more.
In contrast, the costs of action – reducing greenhouse gas emissions to avoid the worst impacts of climate change – can be limited to around 1% of global GDP each year.”

McKinsey: “The macroeconomic costs of this carbon revolution are likely to be manageable, being in the order of 0.6–1.4 percent of global GDP by 2030. To put this figure in perspective, if one were to view this spending as a form of insurance against potential damage due to climate change, it might be relevant to compare it to global spending on insurance, which was 3.3 percent of GDP in 2005.”

Nimby’s in Urk en Barendrecht

April 9, 2009

 

Het zogenaamde nimby syndroom (‘not in my backyard’) tiert welig.

 

De burgemeester van Urk (geciteerd in NRC.next) over het geplande windmolenpark: ,,Het beeld van ons duizend jaar oude dorp dat oprijst uit het water, wordt vernield.”

 

Zou het cynisme, dat in zijn opmerking besloten ligt, hem zijn ontgaan? Grootschalige windmolenparken zijn juist bij uitstek bedoeld om te voorkomen dat Urk over duizend jaar onder water ligt.

 

En wat betreft Barendrecht:

Ook al verdient kolen met CCS niet de duurzaamheidsprijs (vanwege bv luchtvervuiling, landschapsaantasting en nog resterende CO2 emissie), we kunnen het ons niet veroorloven om deze optie uit te sluiten. Daarvoor is het klimaatprobleem te ernstig, en de prognoses voor duurzame energiebronnen niet afdoende. Zie ook dit artikel.

 

Overdrijft de Deltacommissie?

October 10, 2008

(English version here)

 

Er zijn geluiden in de media die beweren dat de Deltacommissie de gevaren van zeespiegelstijging bewust heeft overdreven.

 

Bangmakerij?

Zo werd er in het RTL nieuws o.a. gezegd dat “volgens hen (twee geïnterviewde wetenschappers) de Deltacommissie de burger ‘een beetje bang wil maken’ om het enorme infrastructurele project aan de bevolking te verkopen”. Is het bangmakerij? Dat hangt er van af of het gevaar wordt overdreven. Iemand wijzen op een gevaar is niet per definitie bangmakerij.

 

En de commissie is er heel open in dat ze van een “plausibele bovengrens” van de zeespiegelstijging uitgaat. Ze heeft die bovengrens (op basis van input van meerdere wetenschappers) niet als meest waarschijnlijk gepresenteerd (zoals bv in NRC Next van 10 okt wordt beweerd door klimaatwetenschapper Hans von Storch); dat zou inderdaad niet eerlijk zijn, en als bangmakerij betiteld mogen worden.

 

‘Deltadictator’??

Verder werd er in de RTL uitzending gemeld dat “In het communicatie-advies staat dat een charismatische leider, een zogenoemde ‘Deltadictator’ de plannen snel in gang moet zetten.” Nou valt er op internet ineens een heleboel te vinden over een ‘Deltadictator’, maar niet op de website van de deltacommissie of van diens communicatieadviesbureau. Vanuit andere media wordt er wordt veelvuldig naar de RTL website verwezen.

 

Vergelijking met Irak-oorlog???

De RTL uitzending eindigde met een vergelijking met de situatie in de VS net voor de Irak oorlog: De regering Bush probeerde met valse voorwendselen publieke steun te verkrijgen om Irak binnen te vallen, door te beweren dat “de Irakese dictator massavernietigingswapens heeft”. Terwijl de aanwijzingen voor die bewering flinterdun waren. Dat staat in geen vergelijking met de wetenschappelijke basis waarop de schattingen van de zeespiegelstijging zijn gefundeerd. De onzekerheden over timing en precieze getallen zijn groot, maar dat de zeespiegel verder gaat stijgen, staat vast. Dat is een totaal andere situatie dan de ongefundeerde verdachtmaking over massavernietigingswapens. Een belabberde afsluiting van een tendentieus nieuwsbericht.

 

Risico

De discussie zou moeten gaan over welke risico’s we bereid zijn te lopen. Is het genoeg om ons tegen de thans als meest waarschijnlijke zeespiegelstijging te beschermen, of moeten we rekening houden met een “plausibele bovengrens”? Kijken we alleen naar de verwachte stijging voor 2100, of houden we ook rekening met wat er daarna staat te gebeuren? Is het genoeg om ons aan te passen aan wat er gaat gebeuren, of moeten we ook proberen de grootste (en grote) gevaren te voorkomen (mitigatie)? Dat zijn normatieve vragen waar over gediscussieerd moet worden, op basis van de wetenschappelijke kennis met haar inherente onzekerheden. De Deltacommissie geeft helder en open aan hoe zij ertegenaan kijkt (behalve dan de vraag over mitigatie). In plaats van de commissie van bangmakerij te betichten, zouden de criticasters ook kunnen zeggen dat zij bereid zijn een hoger risico te nemen. Prima, dan gaan we het daarover hebben.

Zeespiegelstijging en de Deltacommissie

September 8, 2008

(English version here)

 

De commissie Veerman (Deltacommissie) heeft recent haar bevindingen naar buiten gebracht hoe Nederland tegen het wassende water te beschermen. Het advies heeft nogal wat om het lijf, en mede daarom is er flink wat media aandacht voor.

 

Basisgegevens

De commissie is uitgegaan van een globale zeespiegelstijging van 0,55 tot 1,1 meter in 2100 en van 2 tot 4 meter in 2200. Een verdienste van het rapport is hiermee meteen gezet: de prognose houdt niet op in 2100. De zeespiegelstijging doet dat helaas ook niet. Afhankelijk van de concentratie aan broeikasgassen zal de zeespiegelstijging meer of minder zijn. In een “business as usual” scenario gaat de zeespiegelstijging natuurlijk lekker door na 2200.

 

De zeespiegelstijging waar de commissie vanuit gaat is fors. Het rapport geeft aan dat ze als uitgangspunt de “plausibele bovengrens” van zeespiegelstijging heeft genomen. Een vergelijkbare range (0.5 tot 1.4 meter in 2100) wordt gevonden als je de geobserveerde correlatie tussen temperatuur en zeespiegelstijging extrapoleert.

 

De gevolgen van ijsdynamica (het mechanisch versneld afsmelten van grote ijsmassa’s, bv door afkalving, omgeven met grote onzekerheden) worden door de Deltacommissie meegenomen. Dit is in veel mindere mate het geval bij de KNMI en IPCC scenario’s, die daarom lager uitvallen in hun schattingen van de zeespiegelstijging in 2100 (resp. 40 tot 85 cm en 25 tot 76 cm). Een nieuw artikel in het tijdschrift Science geeft 0,8 meter aan als waarschijnlijke zeespiegelstijging in 2100, en als bovengrens 2 meter (inclusief onzekerheden m.b.t ijsdynamica). De schattingen die de commissie gebruikt zijn wetenschappelijk goed onderbouwd, al is het duidelijk dat de onzekerheden bij deze schattingen groot zijn. Naast de onzekerheid over het smelten van ijskappen zijn natuurlijk de toekomstige broeikasgas emissies een belangrijke variabele, en gelukkig (of juist niet) hebben we daar invloed op. Realclimate heeft een discussie over zeespiegelstijging hier en een uitgebreide toelichting op de IPCC schattingen ervan hier. Update: hier heb ik het in meer detail over het smelten van de grote ijskappen en zeespiegelstijging.

 

Adaptatie…?

Het is maar zeer de vraag of Nederland zich kan aanpassen aan een dergelijk hoge zeespiegel, maar de commissie Veerman is daar heel positief over, in ieder geval tot een zeespiegelstijging van 4 meter. Mij lijkt dat het op een gegeven moment toch ophoudt met de mogelijkheden voor aanpassing (adaptatie). Kan Nederland in de huidige vorm voortbestaan temidden van een zeespiegel die 6 of 7 meter hoger is dan nu? Dat was de zeespiegelhoogte 125.000 jaar geleden, toen de globale temperatuur “slechts” 1 tot 2 graden warmer was dan nu. Weliswaar neemt een dergelijke stijging waarschijnlijk eeuwen, zoniet duizenden jaren, in beslag. Maar het spreekt voor zich dat we dat proberen te voorkomen, lijkt mij. We kunnen ons dus niet veroorloven om de aarde heel lang of heel hoog boven die 1-2 graden hogere temperatuur te brengen. Hoe lang of hoe hoog kan dat wel, zonder dat we het smelten van grote ijsmassa’s (Groenland, Antarctica) in gang zetten? Niemand die dat weet. Maar het lijkt me geen experiment waard.

 

Mitigatie…!

De nadruk ligt wel erg sterk op adaptatie (aanpassing aan een stijgende zeespiegel), terwijl tegelijkertijd natuurlijk ook emissiereducerende maatregelen (mitigatie) noodzakelijk zijn. Anders is het dweilen met de kraan open. Kunnen we bepaalde economische activiteiten niet beter verplaatsen naar veiliger gelegen gebieden in plaats van veel geld pompen in het voortbestaan ervan op de huidige lage/kwetsbare gronden? Het ligt voor de hand om te wijzen op het belang van een verduurzaming van onze energievoorziening en van energiebesparing, om de problemen van zeespiegelstijging behapbaar te houden. In een uitzending van Nova hoorde ik een parlementariër zich afvragen of onze kleinkinderen wel zouden staan te springen om voor de kosten op te draaien (omdat het geld deels geleend zou worden). Terwijl zij juiste degenen zijn die het profijt ervan hebben, en meer waarschijnlijk zullen klagen dat we te weinig tegen de voor ons opdoemende problemen gedaan hebben dan teveel.

 

Er valt natuurlijk te discussiëren over in hoeverre we moeten anticiperen op toekomstige problemen die nog niet in alle hevigheid zijn losgebarsten. Het is geen wetenschappelijk feit welke risico’s je wel of niet wilt nemen; dat is een individuele afweging. De wetenschap heeft natuurlijk wel een belangrijke rol bij het informeren over de kans op bepaalde gevolgen, oftewel over het risico. Het vervelende nu is dat de afweging die je als individu maakt gevolgen heeft voor het risico dat anderen lopen: de “tragedy of the commons”. De overheid moet die afweging ook nemen t.o.v. de veiligheid van haar burgers. En ook daar speelt dezelfde tragedie: Het risico dat wij lopen is sterk afhankelijk van wat andere landen doen. Maar laten we dat niet opvoeren als reden om er dan zelf maar niks aan te doen. Wetenschappelijke onzekerheid maakt het risico ook niet kleiner; integendeel.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 126 other followers